vrijdag 29 augustus 2014

Bereid je kind voor op de eerste schooldag in het verkeer

road-safety1

De eerste schooldag komt dichterbij. Of je kind met de benenwagen, de fiets of het openbaar vervoer naar school gaat, je doet er altijd goed aan voor de start van het schooljaar de route al een paar keer te doen met je kinderen.

Op die manier kan je hen attent maken op mogelijke gevaarlijke punten voor ze zich in het drukke schoolverkeer storten. In de brochure ‘Veilig naar school’ van het BIVV (Belgisch Instituut voor de VerkeersVeiligheid) vind je een aantal handige tips voor de ouders. De brochure vind je hier.

Mobiel 21 heeft eveneens een heel interessante brochure ‘Op pad met fiets en kids’ samengesteld. Deze kan je hier downloaden.

donderdag 28 augustus 2014

Is je fiets al in orde voor het nieuwe schooljaar?

De verplichte uitrusting verschilt naargelang van het fietsstype. De verschillende fietstypes zijn gedefinieerd in het verkeersreglement. Om te weten welke wettelijk verplichte minimale uitrusting uw fiets moet hebben, moet u dus eerst weten tot welk fietstype hij behoort:

FIETSTYPE

Benaming in het verkeersreglementAndere benamingenKenmerken van dit fietstype
  • racefiets
  • racefiets, koersfiets
  • fiets met racestuur
  • banddikte is max. 2,5 cm
  • geen bagagedrager achteraan
  • terreinfiets
  • mountain bike, ATB
  • minstens 2 versnellingen die vanaf het stuur worden bediend
  • banden met een minimumdoorsnede van 38 mm voor wielen met een diameter van 65 cm, of een minimumdoorsnede van 32 mm voor wielen met een diameter van 70 cm
  • geen bagagedrager achteraan
  • fiets met kleine wieldiameter
  • kinderfiets, minifiets, vouwfiets
  • diameter wielen is max 50cm (banden niet inbegrepen)
  • gewone fiets
  • stadsfiets
  • city bike
  • hybride
  • behoort niet tot de andere types

DE RACEFIETS

Het verkeersreglement definieert een racefiets als een fiets met een racestuur en banden met een doorsnede van ten hoogste 2,5 cm die geen bagagedrager achteraan hebben.

Verplichte uitrusting
  • een bel (hoorbaar op 20 meter)
  • twee goed functionerende remmen: één op het voorwiel en één op het achterwiel
Lichten en reflectoren zijn alleen verplicht als het donker is en als de zichtbaarheid minder dan 200 meter bedraagt (in dit geval : zie specificaties onder 'de gewone fiets'). Als de fiets één of twee spatborden heeft, moet hij altijd uitgerust zijn met een witte reflector vooraan en een rode reflector achteraan.

DE TERREINFIETS

Het verkeersreglement definieert een terreinfiets als een fiets met minstens twee versnellingen die vanaf het stuur bediend worden, banden met een minimumdoorsnede van 38 mm voor wielen met een diameter van 65 cm, of een minimumdoorsnede van 32 mm voor wielen met een diameter van 70 cm, geen bagagedrager achteraan.

Verplichte uitrusting
  • een bel (hoorbaar op 20 meter)
  • twee goed functionerende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel)
Lichten en reflectoren zijn alleen verplicht als het donker is en als de zichtbaarheid minder dan 200 meter bedraagt (in dit geval : zie specificaties onder 'de gewone fiets'). Als de fiets één of twee spatborden heeft, moet hij altijd uitgerust zijn met een witte reflector vooraan en een rode reflector achteraan.

DE FIETS MET KLEINE WIELDIAMETER

Een 'fiets met kleine wieldiameter' heeft wielen met een diameter van ten hoogste 50 cm, banden niet inbegrepen. Bij voorbeeld: kinderfietsen, minifietsen en vouwfietsen.

Verplichte uitrusting
  • een bel (hoorbaar op 20 meter)
  • één goed functionerende rem
Lichten en reflectoren zijn alleen verplicht als het donker is en als de zichtbaarheid minder dan 200 meter bedraagt (in dit geval : zie specificaties onder 'de gewone fiets').

DE GEWONE FIETS

Komt uw fiets niet volledig overeen met van de voorgaande definities, dan valt hij onder de categorie 'gewone fietsen'.

Verplichte uitrusting
  • een bel (hoorbaar op 20 meter)
  • twee goed functionerende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel)
  • reflectoren
    • vooraan wit
    • achteraan rood (het weerkaatsende deel mag niet samenvallen met het achterlicht)
    • aan weerszijden van de pedalen wit of geel
    • op de spaken en/of de banden minstens 2 gele of oranje dubbelzijdige reflectoren per wiel; vast bevestigd aan de spaken en symmetrisch aangebracht en/of een witte reflecterende strook aan weerszijden van elke band.
  • Op de fiets moet je je lichten aanzetten zodra het donker begint te worden. Je moet ook overdag je lichten aanzetten als je niet meer duidelijk kunt zien tot op ongeveer 200m (dit is de lengte van ongeveer 30 geparkeerde wagens). Dit betekent dat je lichten bijvoorbeeld ook bij mist aan moeten. Het voorlicht is wit of geel. Het achterlicht is rood. De lichten mogen knipperen, maar dit is niet verplicht. Ze moeten bevestigd worden op je fiets of op je lichaam. Op je lichaam moeten de lichten goed zichtbaar blijven.

vzw Idee Kids op bezoek bij de lokale politie


De vzw Idee Kids organiseert jaarlijks projectkampen waarbij men spelenderwijs kennis kan maken met bepaalde thema's en o.m. bezoeken, workshops en aangepaste activiteiten meemaakt.
Op dinsdag 26 augustus 2014 brachten 31 kinderen met juf Jolien en Joke van het projectkamp "POLITIE" uit Wetteren een bezoek aan de Lokale Politie van Zottegem - Herzele - StLHoutem.

Zij werden er verrast met allerlei activiteiten zoals o.a. uitleg over het uniform en de politie-uitrusting, een rondleiding in het commissariaat, een bezoek aan de cellen en het line-uplokaal, maneuvers met aangepaste fietsen in een behendigheidspiste, een fotoshoot op de politiemoto, een rondrit met het politiebusje …..


woensdag 27 augustus 2014

Kinderen in het verkeer – Tips voor ouders

Als je je kind naar school brengt met de wagen...

Laat je kind aan de kant van de school op het trottoir in- of uitstappen. Parkeer liever op enige afstand van de schoolpoort en laat je kind over het trottoir aan dezelfde kant verder stappen.

Ga niet in een dubbele rij parkeren of stilstaan.

Leer je kind altijd de veiligheidsgordel om te doen. Combineer voor kinderen vanaf 3 à 4 jaar (ongeveer 18 kg) de gordel met een verhogingskussen.  Zorg ervoor dat vastklikken een gewoonte wordt, zodat je er ook op kan rekenen dat je kind zich spontaan vastmaakt als het met anderen meerijdt.  Doe zelf altijd je gordel om: het is moeilijk je kind te verplichten zich vast te klikken als je dit zelf niet doet.

Gebruik het kinderslot.

Bus, tram, trein en metro: probeer ze eens uit met de kinderen. Het openbaar vervoer is een veilige vervoerswijze en voor kinderen vaak een aantrekkelijk avontuur.

Als je kind te voet of met de fiets naar school gaat...

Leer je kind dat zien niet gelijk is aan gezien worden. Het is niet omdat je kind zelf een auto ziet, dat de bestuurder je kind ook gezien heeft.

Kies kleurrijke kledij (rood, oranje, geel) zodat je kind opvalt in het verkeer. Zeker voor de winter zijn heldere jassen met reflecterende strips ideaal.

Leer je kind dubbel zo goed op te letten in de buurt van parkings. Bestuurders die achterwaarts hun parkeerplaats uitrijden, zien je kind vaak niet.

Weeg goed af of je kind reeds zelfstandig naar school kan stappen of fietsen. Is het vaardig genoeg om de schoolweg veilig af te leggen? 

Kies zorgvuldig en oefen de route die het kind alleen zal volgen.   De kortste route is niet altijd de veiligste! 

Controleer in de loop van het schooljaar af en toe of het nog steeds goed gaat.

En last but not least : Geef zelf altijd het goede voorbeeld !!!

dinsdag 26 augustus 2014

14-09-2014 : Dag van de Veiligheidsdiensten te Zottegem

Noteer alvast 14 september 2014 in uw agenda !

Op zondag 14-09-2014 organiseert de Politiezone Zottegem - Herzele -StLHoutem in samenwerking met Brandweer Zottegem en AZ Sint-Elisabeth Zottegem een dag van de veiligheidsdiensten.

U kan ons vanaf 11.00 uur tot 19.00 uur bezoeken op de Meengracht 1 te 9620 Zottegem.

Meer info : flyer

Snap jij de symbolen op je dashboard?

Risico op ernstige kosten aan de auto

Ook in België is het erg gesteld met de kennis van het dashboard. VAB-reisbijstand stelt vast dat één op de twee vakantiegangers de betekenis van de waarschuwingslampjes niet kent. Nochtans zijn de waarschuwingen enorm belangrijk en kunnen ze wijzen op een ernstig probleem aan je voertuig. Als je niet correct reageert op sommige waarschuwingssignalen kan er serieuze schade ontstaan aan je wagen, waarvan de kosten vaak erg hoog kunnen oplopen.

Wat je moet doen

Een probleem met de emissieregeling of het uitlaatgascontrolesysteem van de wagen: Je kan nog even verder rijden tot de wagen veilig geparkeerd kan worden. Daarna neem je best zo snel mogelijk contact op met een merkgarage of je bijstandsverlener. Je wagen moet uitgelezen worden met een diagnoseapparaat om het feitelijke probleem op te sporen.

Waarschuwingslampje van de accu/batterij: Je kan je veilig aan de kant zetten, maar houd altijd de temperatuur van de motor in het oog. Vermijd in dit geval ook het gebruik van elektrische apparaten, zodat je batterij niet extra belast wordt. Bel dus best je bijstandsverlener, die zal dan controleren wat er aan de hand is.

De motortemperatuur : Je kan nu nog proberen de verwarming op de hoogste stand te zetten om warmte van de motor af te voeren. Als de temperatuur daalt kan je verder rijden tot je de wagen op een veilige plek kan zetten om verdere controle (door een specialist) toe te laten.

Lage motoroliedruk: Brandt het oliedruklampje op het dashboard, dan moet je de wagen zo snel mogelijk aan de kant zetten en de motor afzetten. Zelfs al na 4 seconden (!) verder rijden met dit lampje kan u de motor van uw wagen ernstig beschadigen.

Een probleem met het remsysteem : Zet je wagen meteen aan de kant. Rijden zonder remkracht is (vanzelfsprekend) erg gevaarlijk. Deze storing wordt niet verholpen door zelf de remvloeistof bij te vullen, contacteer dus meteen je bijstandsverlener.

maandag 25 augustus 2014

Op weg naar school: een kind ziet geen gevaar

Kinderen behoren tot de meest kwetsbare weggebruikers. Hun impulsiviteit, hun kleine gestalte en het feit dat ze snel zijn afgeleid, zijn alvast belangrijke risicofactoren ... maar het zijn niet de enige. Ouders en automobilisten moeten er zich ook van bewust zijn dat een kind de gevaren in het verkeer niet op dezelfde manier ervaart als een volwassene.

Uit studies blijkt dat een kind zich pas vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar bewust wordt van de risico’s op ongevallen. Maar het is pas vanaf 10 à 11 jaar dat een kind de noodzaak van preventie zal inzien en onveilige verkeerssituaties zal kunnen inschatten.

Kinderen begeleiden tot de leeftijd van 8 jaar
Er wordt aanbevolen om kinderen onder de 8 jaar niet alleen op straat te laten gaan. Daar zijn verschillende redenen voor:

• De behoefte om te spelen, te lopen, een vriendje te plagen ... overheerst bij kinderen, ongeacht of ze zich nu op straat bevinden of op de speelplaats.
• Jonge kinderen besteden slechts aan één ding tegelijk aandacht. Ze zullen bijvoorbeeld de straat oversteken om een bal te gaan halen, zonder rekening te houden met het verkeer.
• Wat zich vlak voor hen afspeelt krijgt alle aandacht, maar zij merken nauwelijks op wat er daarnaast gebeurt.
• Kinderen maken geen onderscheid tussen zien en gezien worden. Wanneer zij een auto zien aankomen, denken ze dat de bestuurder van die auto hen ook heeft gezien.
• Kinderen van 7 à 8 jaar zijn nog niet in staat om afstanden en bewegingen van voertuigen even goed in te schatten als volwassenen.
• Vóór de leeftijd van 8 jaar is het voor kinderen moeilijker om geluiden te identificeren en te lokaliseren. Zij zullen dus niet noodzakelijk in de juiste richting kijken als ze het geluid van een auto of een bromfiets horen. Bovendien zullen ze niet onmiddellijk het verband leggen tussen het geluid van een voertuig en het feit dat dit in beweging is.

Het motorrijbewijs in stappen


Als je met een motorfiets veilig aan het verkeer wilt deelnemen, dan heb je bijzondere vaardigheden nodig. Er gebeuren helaas nog te veel ongevallen met motorrijders. Daarom veranderde vanaf 1 mei 2013 de voorbereiding op het motorrijbewijs. Zo wil men de kandidaten meer ervaring laten opdoen waardoor ze veiliger en met meer vertrouwen de baan op kunnen. In dit artikel zullen we de verschillende veranderingen op het vlak van het motorrijbewijs bespreken.

Leeftijd en categorieën

Het rijbewijs A1 is geldig vanaf de leeftijd van 18 jaar voor motorfietsen met maximum 125 cc, een maximumvermogen van 11 kW / 15 pk en een vermogen-gewichtsverhouding van ten hoogste 0,1 Kw/kg.

Het rijbewijs A2 is geldig vanaf 20 jaar voor motorfietsen met een maximumvermogen van 35 kW / 47 pk en een vermogen-gewichtsverhouding van ten hoogste 0,2 Kw/kg.

Het rijbewijs A is geldig vanaf 24 jaar voor motorfietsen met een maximumvermogen van meer dan 35 kW / 47 pk. Als je minstens twee jaar je rijbewijs A2 hebt, kan je al vanaf de leeftijd van 22 jaar je rijbewijs A behalen.

Opleiding en examens


Theorie
Je kan je door zelfstudie of via de rijschool voorbereiden op het theoretisch examen, dat je vanaf de leeftijd van 17 jaar en 9 maanden kan afleggen. Als je minstens 41 op 50 behaalt, ben je geslaagd en kan je beginnen aan de praktijkopleiding in de rijschool. Herkansen mag en het examen blijft drie jaar geldig. Als je al één van de rijbewijzen uit de categorie A hebt behaald, dan hoef je nadien geen theoretisch examen meer af te leggen als je van categorie verandert.

Praktijk

Je moet minstens negen uur les in een rijschool volgen, waarvan de helft op de openbare weg. Vervolgens heb je twee opleidingsmogelijkheden:

- Na die negen uur les kan je het praktisch examen afleggen op een privaat terrein van het examencentrum. Slaag je hiervoor, dan kan je in het gemeentehuis een voorlopig rijbewijs halen, dat een jaar geldig blijft. Na minimaal één maand kan je het praktisch examen op de openbare weg afleggen.

- Neem je minstens twaalf uur les, dan kan je direct je praktisch examen op de openbare weg afleggen.

De stappen van het rijbewijs A1 naar A

- Om van het rijbewijs A1 over te stappen naar het rijbewijs A2, moet je minstens 20 jaar zijn en twee jaar je rijbewijs A1 hebben. Je moet minstens vier uur opleiding in een rijschool volgen en slagen voor een praktisch examen.

- Ben je 22 jaar en heb je minstens twee jaar je rijbewijs A2, dan kan je, nadat je vier uur opleiding in een rijschool volgde en slaagde voor een praktisch examen, je rijbewijs A behalen.

- Haalde je alleen een rijbewijs A1, dan moet je opnieuw een basisopleiding van negen uur in een rijschool volgen en minstens 24 jaar zijn om te mogen deelnemen aan het praktisch examen voor het rijbewijs A.

- Slaag je voor één van de praktische examens niet, dan mag je één keer herkansen. Nadien moet je twee uur rijles in een rijschool volgen.

Kent u het VK (Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) al ?

Het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) is het aanspreekpunt voor alle mogelijke vormen van kindermishandeling. Deze ongerustheid kan gaan over geweld, verwaarlozing en/of misbruik. 

Na  initiële inschatting van de situatie verleent  het VK hulp door in dialoog te gaan met ouders en kinderen.

De positie van het kind staat hierin centraal: "Wat heeft het kind of de jongere op dit ogenblik nodig"?

Er wordt gestreefd om samen met de zorgfiguren tot een veilig samenleven te komen waarbij de noden van het kind voorop staan.

Dit gebeurt binnen de regels van het beroepsgeheim.

Meer info vindt u hier.

vrijdag 22 augustus 2014

Nachtlawaai, te luide muziek of geluidshinder door bedrijven: wat zijn de regels?

Lawaai kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Het kan niet alleen leiden tot vermindering of beschadiging van het gehoor, maar bijvoorbeeld ook tot stress, slaapstoornissen of agressief gedrag. En ook al hangen die gevolgen af van een combinatie van factoren – waaronder de omgeving en de omstandigheden waarin iemand zich bevindt – toch is een regelgevend kader om geluidshinder te beperken geen overbodige luxe.

We bekijken hier eerst de regels op het vlak van enkele specifieke vormen van geluidshinder, namelijk nachtlawaai, elektronisch versterkte muziek en geluidshinder door bedrijven. In een volgend artikel gaan we dan wat dieper in op de meer algemene regels in verband met geluidsoverlast.

Nachtlawaai: een misdrijf

Ons Strafwetboek voorziet een boete en/of een gevangenisstraf voor zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer, waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord (art. 561). Dit artikel is enkel van toepassing op nachtelijk lawaai, dus op geluidsoverlast die plaatsvindt tussen zonsondergang en zonsopgang.

In principe valt elke vorm van geluidshinder die ’s nachts plaatsvindt hieronder. Toch kunnen we pas echt spreken van een strafrechtelijk misdrijf als er een moreel element in het spel is. Er moet dus sprake zijn van kwaad opzet of schuldig verzuim bij de veroorzaker van het nachtlawaai. Als een persoon bijvoorbeeld ’s nachts herhaaldelijk ergens aan de deur gaat bellen om de bewoner(s) te pesten beschouwen we dat als een misdrijf. Als het geluid echter het gevolg is van de normale uitoefening van een beroep en de veroorzaker van het geluid passende maatregelen heeft getroffen om de overlast voor de omwonenden tot een minimum te beperken, gaat het niet om een misdrijf.

Naast het Strafwetboek kunnen ook gemeentelijke reglementen administratieve sancties voorzien voor gevallen van nachtlawaai. Eenzelfde feit kan echter maar één keer worden bestaft, hetzij strafrechtelijk, hetzij administratief.


Overlast door elektronisch versterkte muziek


Ook het spelen van elektronisch versterkte muziek, zowel binnenshuis als in de openlucht, wordt geregeld in de wetgeving.

Voor Vlaanderen en Wallonië is dit vastgelegd door het Koninklijk Besluit van 24 februari 1977 houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen. Dit KB bepaalt dat het geluidsniveau in een openbare inrichting – gemeten op alle plaatsen waar zich normaal gezien mensen kunnen bevinden – niet hoger mag zijn 90 dB(A). Er bestaat geen gelijkaardige geluidsnorm voor private inrichtingen. Voor de omgeving van beide soorten inrichtingen gelden wel dezelfde normen. Het maximum voor het geluidsniveau wordt dan bepaald door het aanwezige achtergrondgeluid in een ruimte of gebouw en wordt gemeten met gesloten ramen en deuren. De maxima schommelen tussen 5 en 35 dB(A). Het niet-respecteren van deze geluidsnormen kan worden bestraft met een boete en/of een gevangenisstraf.

In Vlaanderen gelden sinds 1 januari 2013 ook specifieke geluidsnormen voor alle muziekactiviteiten die toegankelijk zijn voor het publiek en waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld (café, feestzaal, dansvoorstelling, openluchtfestival...). De lokale overheid (college van burgemeester en schepenen) kan bovendien nog strengere normen en bijkomende voorwaarden opleggen. Daarnaast bestaan er ook normen voor de omgeving rond de muziekactiviteit om overlast te beperken. De volledige regelgeving van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM) is terug te vinden op de website van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie.

In Brussel wordt deze materie geregeld door het Besluit van de Brusselse hoofdstedelijke regering van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen de geluids- en trillingenhinder. Dit besluit bepaalt het maximumgeluidsniveau in gebouwen en daarbuiten. De drempels variëren, afhankelijk van de locatie van de inrichting en het moment waarop het geluid wordt geproduceerd (overdag, ’s nachts, in het weekend...). Bovendien verplicht dit besluit de uitbaters van de betrokken instellingen om alles in het werk te stellen zodat de rust en de gezondheid van de omwonenden niet in gevaar komen. Momenteel werkt de Brusselse regering overigens aan een specifiek besluit in verband met het (af)spelen van muziek. Dat besluit zal de verplichting bevatten om een geluidsbegrenzer te installeren in openbare en private instellingen waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld. Daarnaast zal het toegelaten geluidsniveau afhangen van de kwaliteit van de geluidsisolatie van het betreffende gebouw.

Geluidshinder door de activiteiten van een onderneming


Zowel in Brussel en Wallonië als in Vlaanderen wordt de geluidshinder van bedrijven gereglementeerd via de milieuvergunning die een bedrijf krijgt om zijn activiteiten uit te voeren. Daarin staan alle voorwaarden waaraan een bedrijf moet voldoen, o.a. op het vlak van geluidshinder. Ook hier spelen locatie en tijdstip een rol bij het vastleggen van de geluidsdrempels. Voor Vlaanderen staan deze regels opgesomd in VLAREM.

Het niet-naleven van deze voorwaarden en regels kan worden bestraft met een boete en/of een gevangenisstraf, de opschorting of intrekking van de milieuvergunning of zelfs een verplichte stopzetting van de activiteiten.

Wist je dat een gestolen PC, laptop of smartphone kan opgespoord worden?

Gestolen PC's, laptops, tablets, smartphones,... kunnen opgespoord worden, mits medewerking van de eigenaar ervan. Op deze toestellen kan 'tracking software' of een 'app' geïnstalleerd worden.
Dit is een programmaatje of script dat op het toestel geïnstalleerd wordt. Van zodra het gestolen toestel weer op internet komt, stuurt het een signaal door naar een trackingstation of een door u ingevoerd e-mailadres. Hiermee kan de politie de standplaats van de PC of laptop achterhalen en de dader(s) of heler identificeren.
Hieronder lijsten we de meest gangbare tracking software op...
Apple producten (Iphone, Ipad, Ipod, Macbook)appleicloud
  • Maak een Apple ID aan en registreer je Apple product.
  • Installeer de applicaties Find My iPhone, iPad of Mac op je toestel.
  • Alle Apple toestellen van dezelfde Apple-ID kunnen worden opgenomen in je Apple ICloud. Bij diefstal kan je via ICloud op een andere computer het gestolen toestel opsporen of beheren.
Mogelijkheden
  • Lokalisatie van het gestolen toestel.
  • Geluiden/berichten versturen naar het gestolen toestel.
  • Toestel van op afstand blokkeren.
  • Alle gegevens op toestel vanop afstand wissen.
Beperkingen
  • Het toestel moet aan staan en online gaan via een internetverbinding.
  • Lokalisatie bij Apple is niet steeds exact.

Laptopsprey
Online zijn er een aantal betalende en gratis versies van trackingsoftware beschikbaar (Adeona, LocateMyLaptop,…). Een uitstekend (gratis) programma is Prey. Als je de Prey-software installeert op je laptop en deze wordt gestolen, dan kan je - van zodra er verbinding is met internet (en de laptop werd niet geformatteerd) - een aantal bruikbare zaken achterhalen:
  • IP-adres.
  • Geografische positie waar de laptop zich bevindt (niet altijd 100 % correct).
  • Dichtstbijzijnde WIFI-punten.
  • Foto van de gebruiker via webcam.
  • Screenshots van de laptop op dat moment (m.a.w. waar is gebruiker mee bezig, surfen, mailen, facebook).
  • Gebruikte programma’s.
  • Je kan het zodanig instellen dat er op regelmatige tijdstippen foto’s, screenshots,... worden doorgestuurd.
Werkwijze
  • Prey downloaden en installeren op je laptop.
  • Je registreren op de website van Prey.
  • Bij diefstal van je laptop, ga je naar de site van Prey, duidt je aan dat je laptop gestolen is en welke opties je wenst (frequentie screenshots, webcam, lokalisatie…).
  • Je ontvangt per mail de resultaten en kan deze op een andere computer raadplegen.

Smartphones
Diverse merken (bv. Samsung, Nokia,…) hebben een eigen 'app' die men kan gebruiken om een gestolen of verloren Smartphone te lokaliseren. Andere 'apps' zijn van bv. Prey, AVG, FindMyPhone, Where’s my droid,… Deze apps zijn al dan niet betalend. Afhankelijk van de geïnstalleerde app zijn er verschillende mogelijkheden:
  • Lokalisatie smartphone.
  • Gegevens over de gebruikte SIM-kaart.
  • Blokkeren toestel van op afstand.
  • Wissen gegevens van op afstand.
  • Smartphone irritant lawaai laten produceren.
  • Berichten sturen naar de gestolen smartphone.
  • Meeluisteren naar gesprekken.
  • Na installatie van de app kan de smartphone (meestal na inloggen op een site via de computer) gelokaliseerd worden.

Wat te doen vooraf
  • Noteer vooraf de gegevens van het toestel: serienummer, IMEI-nummer, merk, type, oproepnummer,…
  • Installeer een app of trackingprogramma op het toestel.
Wat te doen bij diefstal
  • Geef de gegevens van het toestel door aan de politiediensten. Meldt ook dat er een app of trackingprogramma geïnstalleerd is op het toestel.
  • Maak met de politie duidelijke afspraken wie het gestolen toestel zal opvolgen. Meestal zal dat de eigenaar zelf zijn (eigen log-in gegevens).
Wat te doen bij lokalisatie toestel
Eénmaal het gestolen toestel is gelokaliseerd, bezorg je alle zinvolle informatie aan de politiedienst die het verder onderzoek voert. Het optreden van de politiediensten zal afhangen van een aantal factoren. Daarvoor wordt door de politie contact opgenomen met de Procureur des Konings. Deze geeft hieromtrent de nodige opdrachten. Deze opdrachten kunnen onder andere afhangen van:
  • Hoeveel tijd er verstreken is tussen het tijdstip van de diefstal en de lokalisatie van het toestel.
  • Waar het toestel wordt gelokaliseerd (België of buitenland).
  • Lopende gerechtelijke onderzoeken.
  • Is er een bijkomende lokalisatie nodig.
  • De eventuele recuperatie van het gestolen toestel hangt af van een aantal (wettelijke en/of praktische) factoren. Lokalisatie is dus geen garantie op recuperatie.

Hoe omgaan met prioritaire voertuigen ?

Prioritaire voertuigen zijn wettelijk uitgerust met blauwe knipperlichten en een speciaal geluidstoestel.

De wet bepaalt welke openbare instanties prioritaire voertuigen mogen gebruiken, en de minister kan andere specifieke ondernemingen daaraan toevoegen.


U vindt daarom prioritaire voertuigen bij politie, brandweer, ziekenauto,...maar ook bij sommige organisaties zoals Fluxys of NMBS. Uw eigen auto kan dus nooit een prioritair voertuig worden (tenzij je minister bent want dat is de uitzondering). Een anoniem voertuig van de politie kan meestal een prioritair voertuig zijn. De enige voorwaarde is: uitgerust met blauwe knipperlichten en speciaal geluidstoestel.

De blauwe knipperlichten mogen functioneren bij het uitvoeren van gelijk welke opdracht.

Bij een dringende opdracht moeten de blauwe knipperlichten worden gebruikt. De weggebruikers die een prioritair voertuig zien naderen met enkel de blauwe knipperlichten in werking hoeven niets te ondernemen.


Het speciaal geluidstoestel mag bij een dringende opdracht worden gebruikt. Het speciaal geluidstoestel is dus een aanvulling bovenop de blauwe knipperlichten. Hoor je een prioritair voertuig naderen, dan moet u als weggebruiker onmiddellijk de doorgang vrijmaken, voorrang verlenen en zo nodig stoppen!

Enkele tips wanneer een prioritair voertuig nadert met de blauwe knipperlichten én het speciaal geluidstoestel in werking:
  • Niet overreageren! Ga niet op de rem staan maar rem rustig af. Maak in een vloeiende beweging de doorgang vrij zonder daarbij zo weinig mogelijk verkeersinbreuken te begaan. Indien het nodig blijkt, stop dan.
  • De bestuurder van een prioritair voertuig moet stoppen voor het rode verkeerslicht. Hij mag pas verder rijden nadat hij heeft vastgesteld dat de andere weggebruikers niet in gevaar worden gebracht. Het gebeurt dat de prioritaire bestuurder als dusdanig bij rood stopt om daarna meteen te vertrekken. Dit is niet het sein voor de andere weggebruikers om dan maar meteen eveneens het rode verkeerslicht voorbij te rijden.
  • Wanneer u voor het rode verkeerslicht staat, geen kant op kunt, en de bestuurder van het prioritair voertuig dwingt u als het ware om vooruit te rijden (door het rood), dan dient u goed te beseffen dat u uzélf en andere weggebruikers in gevaar brengt, en de prioritaire bestuurder achter u dient nét hetzelfde te denken. Is het om die reden voor u niet veilig om door rood te rijden, blijf dan staan, ook wanneer u de toorn van de prioritaire bestuurder achter u als een hete adem in uw nek voelt.

woensdag 20 augustus 2014

Verkeersregels, verkeerstekens en bevelen van bevoegde personen

Als bestuurder moeten wij de verkeersregels, de verkeerstekens (lichten, borden en wegmarkeringen) en ook de bevelen van de bevoegde personen respecteren. Maar in welke volgorde van belang? Hoe moet men reageren, als er een combinatie is van verschillende elementen?

De wegcode bepaalt een precieze hiërarchie : 

• De verkeersregels bevinden zich onderaan deze hiërarchie.

• De verkeerstekens gaan boven de verkeersregels.

De voorrang aan rechts is bijvoorbeeld niet van toepassing op een weg voorzien van voorrangsborden.

• Wanneer de verkeerslichten op een bepaalde plaats werken, gelden hier de verkeersborden betreffende de voorrang niet die op dezelfde weg geplaatst zijn.

Let op: als het gaat om een oranje knipperlicht (alleen geplaatst of werkend in een driekleurig systeem) of als lichten boven de rijbaan werken (een groene naar onder gerichte pijl, rood kruis) dan moeten de verkeerstekens gerespecteerd worden.

• De bevelen van de bevoegde personen bevinden zich bovenaan de hiërarchie.

Als een politieagent het verkeer in uw rijrichting openstelt, dan moet u het kruispunt oprijden zelfs als het licht op rood staat.

dinsdag 19 augustus 2014

Kopen via internet ? Volg deze gulden regels om oplichting te voorkomen !

Iets kopen via het internet is tegenwoordig heel normaal, zowel voor goederen als voor diensten. Maar waar moet u nu precies op letten voor u eraan begint? Welke valkuilen moet u vermijden? En wat zijn uw rechten? Het European Consumer Centre (ECC) helpt u op weg.

De voor- en nadelen van e-commerce

De voordelen van de elektronische handel of e-commerce voor u als consument zijn duidelijk: u hebt een veel ruimere keuze aan diensten en goederen, want de geografische grenzen spelen geen rol; u vindt vaak zaken aan interessantere prijzen; u kunt winkelen op een moment dat het u uitkomt, zelfs ’s nachts en in het weekend; u hoeft zich niet te verplaatsen; u heeft in principe een bedenktijd van 7 werkdagen.

Maar er zijn natuurlijk ook nadelen aan verbonden. U kunt bijvoorbeeld de goederen van tevoren niet in het echt zien, ruiken, voelen of proeven; niet alle sites zijn even betrouwbaar; u moet doorgaans vooraf betalen; het is niet altijd duidelijk wat nu de precieze prijs is, inclusief levering en andere onkosten.

Voor u overgaat tot een aankoop via het internet, is het dus belangrijk dat u de betrouwbaarheid van de site checkt om te voorkomen dat u het slachtoffer wordt van oplichters of oneerlijke verkopers, met als mogelijke gevolgen: het voorwerp dat u op een veilingsite hebt gekocht, blijkt niet aan huis te worden geleverd; u hebt een grote som geld betaald voor een goed, maar de verkoper is met de noorderzon vertrokken; u moet onverwacht extra kosten betalen voor een abonnement op een datingsite ...
Waar u zeker aan moet denken

Om onaangename verrassingen te vermijden, moet u altijd eerst de betrouwbaarheid van de site controleren. U kunt dit doen met behulp van
het instrument Howard van het ECC, maar u kunt natuurlijk ook zelf enkele elementaire zaken checken.

Vóór de transactie controleert u ...


• of het bedrijf achter de website duidelijk identificeerbaar is, bijvoorbeeld of het een geografisch adres heeft en een vast telefoonnummer dat daadwerkelijk aangesloten is;

• of het bedrijf geregistreerd is met een geldig ondernemingsnummer, dit kan via
de VIES-site van de Europese Commissie;

• wat andere gebruikers zeggen over de betrouwbaarheid van de site op discussiefora e.d.;

• of de website een kwaliteitslabel vermeldt en of de site ook daadwerkelijk aangesloten is bij dat betreffende label.
Tijdens de transactie let u op ...

• de serieuze bedoelingen van de verkoper: stel hem vragen over de goederen of diensten die hij aanbiedt, zeker als het gaat om een veilingsite;

• de vermelde prijs: probeer te achterhalen wat u werkelijk zult moeten betalen en of alle onkosten (administratie, verzendkosten ...) zijn inbegrepen; wees ook op uw hoede als de prijs abnormaal laag is;

• de garantie: check of er duidelijke verkoopsvoorwaarden bestaan;

• de bedenktijd: vergewis u ervan dat u het recht heeft om binnen een periode van 7 werkdagen af te zien van de aankoop;

• de betaalmethode: controleer altijd of de betaling verloopt via een beveiligde site (deze is herkenbaar aan een slotje of sleuteltje onderaan uw scherm en een internetadres dat begint met https in plaats van http); regel nooit uw aankoop via een geldtransfersysteem zoals Western Union.



Na de transactie

Bewaar zorgvuldig alle gegevens over uw aankoop, bijvoorbeeld door een screenshot van de pagina te maken of deze af te drukken.


In geval van oplichting bij een aankoop die u hebt betaald met een kredietkaart, neem dan contact op met de uitgever van de betreffende kaart, meld het misbruik en vraag om de betaling ongedaan te maken.

maandag 18 augustus 2014

Slachtoffer van seksueel misbruik? Praat erover!


nu praat ik erover
Child Focus, de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, opende een chatkanaal voor jongen (potentiële) slachtoffers van seksueel misbruik.

Via dit kanaal kunnen kinderen en jongeren - anoniem - in contact komen met gespecialiseerde medewerkers. Deze zullen luisteren, ondersteunen, raad geven en indien nodig doorverwijzen.

Heb je vragen over seksueel misbruik? Word je seksueel lastig gevallen? Ken je iemand met zo een probleem of wens je meer informatie?

Blijf er niet mee zitten en praat erover. Voor meer informatie, klik hier. Je kan ook steeds terecht op het telefoonnummer 116 000.

zaterdag 16 augustus 2014

Een burgerlijk geschil. Wat is dat nu juist ?

Wat?

Burgerlijke geschillen zijn strafrechterlijk niet vervolgbaar. Het kan bijvoorbeeld gaan om huurgeschillen, burentwisten, problemen met mede-eigendom, consumentenkredieten,... . De politie is niet bevoegd in deze materie en kan alleen bemiddelend optreden. Processen-verbaal die door de politie over dergelijke feiten worden opgesteld hebben zelfs geen waarde. 

Een burgerlijk geschil kan enkel voor de burgerlijke rechtbank betwist worden. Afhankelijk van de materie kan je hiervoor terecht bij de vrederechter of de rechtbank van eerste aanleg in Oudenaarde.

Voor wie?

Iedereen die een belang heeft in een burgerlijk geschil.

Hoe?

Je informeert best eerst bij het vredegerecht van je woonplaats. Indien de vrederechter niet bevoegd is, word je doorverwezen naar de burgerrechtbank.

Kostprijs?

Een verzoeningspoging door de vrederechter is gratis. Indien er een proces komt, zijn hier wel kosten aan verbonden. Deze zijn afhankelijk van het dossier.

Afhandeling?

De vrederechter zal eerst een verzoeningspoging doen. Indien dat mislukt of geen optie is, komt er een proces. Wanneer de vrederechter niet bevoegd is, verwijst hij je door naar de rechtbank van eerste aanleg.

vrijdag 15 augustus 2014

De vrederechter, een rechter die dicht bij de mensen staat

De vrederechter behandelt de “kleine” geschillen uit het dagelijkse leven waar iedereen mee te maken kan krijgen. De eerste kennismaking met justitie verloopt voor heel wat mensen dan ook via het vredegerecht. Het is een rechter die dicht bij de mensen staat. Niet alleen geografisch – er zijn maar liefst 187 vredegerechten, verspreid over het hele land – maar ook doordat hij voor elke zaak een oplossing op mensenmaat zal proberen te vinden.De vrederechter wordt bijgestaan door een griffier. De zittingen zijn in principe openbaar.
Met welke problemen kunt u zich tot de vrederechter wenden ?

De vrederechter is bevoegd voor “kleine” burgerrechtelijke geschillen en handelsgeschillen zolang er geen bedragen van meer dan 1860 euro mee gemoeid zijn. U kunt er dus niet terecht als het over grotere bedragen gaat, en ook niet voor stafrechtelijke zaken zoals een diefstal.

Bepaalde zaken behoren echter tot de specifieke bevoegdheid van de vrederechter, ongeacht het bedrag dat er mee gemoeid is. Die zaken staan beschreven in het Gerechtelijk Wetboek, artikel 590 tot en met 601. We denken dan bijvoorbeeld aan geschillen in verband met huur/verhuur (eigenaar versus huurder), mede-eigendom, erfdienstbaarheid, onteigening, afbakening van eigendom, burenruzies, alimentatie, consumentenkrediet en verzegeling.

Ook iedere zaak in verband met de bescherming van geesteszieken, de voogdij, de aanstelling van bewindvoerders over personen die hun goederen zelf niet kunnen beheren, ... valt onder de bevoegdheid van de vrederechter.

Adoptie van minderjarigen daarentegen valt onder de bevoegdheid van de jeugdrechter.

U kunt eveneens (kosteloos) een beroep doen op de vrederechter als u tot een verzoening wenst te komen met de tegenpartij, maar geen juridische procedure wilt opstarten. In dat geval zal hij als bemiddelaar optreden.

Bij welk vredegerecht kunt u aankloppen ?
Er is een vrederechter in elk gerechtelijk kanton. Normaal gezien is de vrederechter bevoegd die zetelt in de woonplaats van de tegenpartij. Hier zijn echter heel wat uitzonderingen op. Als het bijvoorbeeld gaat om een geschil in verband met een onroerend goed – zoals een huurprobleem of onenigheid op het vlak van mede-eigendom – is de rechter bevoegd die zetelt in het kanton waar het betreffende onroerend goed zich bevindt.

Beroepsmogelijkheden

Als er een bedrag van meer dan 1240 euro in het geding is, kan de partij die niet tevreden is met de uitspraak van de vrederechter in beroep gaan. In geval van een burgerrechtelijke zaak, kan er dan beroep worden aangetekend bij de burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg. Gaat het om een handelsgeschil, dan moet men zich wenden tot de handelsrechtbank.

Hoe praat je met jongeren over alcohol?

Opgroeiende jongeren zijn op zoek naar een identiteit en zijn vaak geneigd om risico’s te nemen. Daarbij hoort experimenteergedrag, ook met alcohol. De verleiding om alcohol te drinken is immers groot. Ze zijn zich daarbij niet altijd bewust van de gevaren die alcoholmisbruik met zich mee kan brengen: dronken rijden, geweld, onbeschermde of ongewilde seksuele contacten, spijbelen...
Als ouder is het soms moeilijk om met uw pubers hierover te praten: zij weten het immers toch allemaal beter en aanvaarden doorgaans geen enkel gezag.

De dialoog tussen pubers en volwassenen is moeilijk, maar niet onmogelijk...

Hoewel er geen standaardoplossing bestaat geven we toch een aantal praktische tips:


• Luister naar de jongeren, laat hen zeggen wat hen bezig houdt.

• Blijf consequent: iets verbieden wat u zelf geregeld doet, komt niet geloofwaardig over.

• Geef duidelijke en vaste grenzen aan: limieten die niet overschreden mogen worden, plaatsen waar zij zich beter niet ophouden. Die regels legt u best niet eenzijdig op, het is beter om samen tot spelregels te komen.

• Geef aan dat u hen vertrouwt, maar dat u anderzijds verwacht dat zij zich aan de afgesproken regels houden. Ze mogen niet het gevoel krijgen dat ze constant in de gaten worden gehouden.

• Probeer als opvoedende volwassenen één lijn te trekken, spreek elkaar niet tegen.

• Steun de jongeren, moedig hen aan vrij te spreken. Laat u niet afschrikken door een eventuele negatieve reactie. Ze moeten het gevoel hebben dat ze worden begrepen en gerespecteerd.

donderdag 14 augustus 2014

De wapenwetgeving : rechten en plichten van wapenverzamelaars, sportschutters en wapenhandelaars

Hebt u thuis een wapen of wilt u er een kopen? Bezit u een wapen? Dan moet u rekening houden met de wapenwet van 8 juni 2006. Deze wet vermeldt de rechten en plichten van onder meer wapenverzamelaars, sportschutters en wapenhandelaars.

Wapens worden onderverdeeld in drie categorieën: verboden wapens, vergunningsplichtige wapens en vrij verkrijgbare wapens. Het bezit van vuurwapens is in principe verboden in België. Voor het bezit van vergunningsplichtige wapens moet u een vergunning of een gelijkaardig document aanvragen, of u nu particulier,handelaar, verzamelaar, jager of sportschutter bent. Ook wapenbeurzen moeten vergund zijn.

Voor uitvoer en doorvoer van wapens hebt u ook een vergunning nodig. U moet bovendien een procedure volgen voor u bij het gewest een uit- of doorvoerlicentie mag aanvragen.

De wapenwetgeving is een uitgebreide materie met verschillende regels voor verschillende soorten gebruikers. De wapenwetgeving is door de jaren heen versnipperd over verschillende wetteksten. Zo moet men in België niet enkel rekening houden met de wapenwet, maar ook met o.a. de gewestelijke decreten over de jacht, de gemeenschapsdecreten over het sportschieten en de gewestelijke bevoegdheid op het gebied van de in-, uit- en doorvoer van wapens. De wapenwet is niet van toepassing op de wapens van de ordediensten.

Meer info vindt u op de site van FOD Justitie

woensdag 13 augustus 2014

Rookmelders

Rook is levensgevaarlijk en kan er voor zorgen dat je verdoofd geraakt en misschien wel niet meer wakker wordt, terwijl je woning in de vlammen opgaat.

Rookmelders detecteren het snelst de rook, meestal voordat jij er ook maar iets van merkt. Het waarschuwingssignaal van de rookmelder maakt je dan tijdig wakker, zodat de menselijke en materiële schade tot een minimum beperkt blijft.

Goede rookmelders aanschaffen

Een rookmelder kan je kopen in allerlei elektro- en doe-het-zelfzaken. Koop rookmelders die voorzien zijn van een (niet-vervangbare) batterij met een levensduur van 10 jaar. Ze kosten meer, maar je moet de batterijen gedurende 10 jaar niet vervangen.

Zoek op de verpakking naar de labels CE en EN14604. Rookmelders gecertificeerd door Bosec, VDS, BS, NF of een gelijkaardige keuringsinstelling garanderen een goede kwaliteit.

De rookmelder correct plaatsen, onderhouden en testen

Je hebt rookmelders gekocht? Prachtig. Maar alleen als ze correct geïnstalleerd zijn, ben je voldoende beschermd tegen brandgevaar. Neem daarom deze tips ter harte:
  • Plaats 1 rookmelder in de hal of het trappenhuis op elke bewoonde verdieping van het huis. 
  • Installeer de rookmelders aan het plafond op minstens 30 cm van de hoek. Op die manier kan de detector het snelst de rook oppikken. Wanneer de rookmelder op de muur geplaatst wordt, doe het dan ze hoog mogelijk maar minstens 15 cm van het plafond verwijderd. 
  • Plaats de rookmelder zodanig dat je er vlot bij kan voor onderhoud. 
  • Zorg dat je de rookmelder ingeschakeld hebt nadat die geïnstalleerd is. 

Rookmelders in de keuken, badkamer of garage kunnen sneller leiden tot valse alarmen en zijn dus niet aan te raden.

De rookmelder onderhouden en testen

Test tenminste 1 keer per maand uw rookmelder. In de meeste gevallen is hiervoor een testknop op de rookmelder voorzien.

Verwijder maandelijks het stof van de rookmelder. Dit kan met een stofdoek, of eventueel met uw stofzuiger.

Haal nooit de batterij uit de rookmelder, tenzij om die te vervangen. Bij sommige rookmelders kan je zelfs de batterij niet vervangen. De batterij heeft in dat geval vaak 10 jaar levensduur.

Overschilder nooit je rookmelder en stop nooit de gaatjes toe. De detector kan anders hierdoor slecht functioneren.

dinsdag 12 augustus 2014

Winkeldiefstal : oplossingen ?

© Secunews.be
Hoewel de meeste handelszaken steeds meer investeren in diefstalpreventie, blijft het aantal winkeldiefstallen schrikbarend groot. 

Winkeldiefstal in België is een dagelijkse realiteit. Immers, naast al die officieel geregistreerde winkeldiefstallen zorgen ook een onbekend aantal niet ontdekte of niet aangegeven diefstallen – zowel door klanten als door werknemers – en fraude door leveranciers voor een enorme verliespost.

Op het lijstje van meest gestolen goederen staan voeding, kleding (vooral voor dames), parfums en schoonheidsproducten, alcohol en sterke drank en doe-het-zelfartikelen en ijzerwaren bovenaan. Wat de leeftijd van de daders betreft, scoren jongeren tussen 15 en 19 jaar en volwassenen boven de 30 het hoogst, maar ook de andere leeftijdsgroepen zijn vertegenwoordigd. De meeste diefstallen vinden plaats tussen 12.00 en 17.00 uur.


Profiel van de dader : onbekend

Er bestaat helaas niet zoiets als het ‘profiel van een winkeldief’. De daders kunnen in principe uit alle milieus komen: origine, leeftijd en geslacht hebben hier blijkbaar niet veel invloed op. Er bestaan wel theorieën over de diverse dadertypes, maar we maken hier enkel een indeling in twee grote groepen:

• De professionals of semiprofessionals. Zij zijn moeilijk te herkennen aan hun uiterlijk of gedrag en bovendien nauwelijks te betrappen door hun uitgekookte en soms zelfs georganiseerde manier van werken (het werken met herkenningstekens, afleidingsmanoeuvres ...). Zij zijn vooral gericht op goederen voor de doorverkoop en zorgen voor zware verliezen bij de handelaars. Deze groep daders is ook het snelst geneigd om geweld te gebruiken (intimidatie, vandalisme, overval ...).


• De amateurs. Zij zijn doorgaans niet zo gewiekst en handelen vaak impulsief. Deze gelegenheidsdieven laten zich dan ook veel gemakkelijker betrappen. Hun diefstal is meestal niet gepland en betreft hoofdzakelijk minder waardevolle goederen. Toch betekenen ook zij een aanzienlijk verlies voor de handelaars, vooral gezien hun grote aantal.

De aard van de goederen als risico-indicator

Het risico op winkeldiefstal hangt af van de aard van de goederen die de handelaar te koop aanbiedt. Maar hoewel bepaalde goederen door hun aantrekkelijkheid, waarde of modegevoeligheid sowieso interessant zijn voor winkeldieven, kunnen andere goederen dat worden onder invloed van de omstandigheden (bv. de hoeveelheid of omvang). Kennis hierover is dus van groot belang met het oog op de juiste beschermingsmaatregelen.

Dergelijke goederen, vaak aangeduid met het letterwoord CRAVED (concealable, removable, available, valuable, disposable) zijn over het algemeen:

Gemakkelijk te verbergen of moeilijk te identificeren als ‘gestolen’. Denken we bijvoorbeeld aan gestolen kleren of juwelen die door de dader worden gedragen alsof ze al van hem/haar waren.

Niet vastgemaakt en mobiel. Hoe gemakkelijker een voorwerp kan worden meegenomen zonder argwaan op te wekken, hoe groter het risico dat dit effectief gebeurt.

Van waarde, zowel financieel als symbolisch.

Wijd verspreid en in grote hoeveelheden beschikbaar.

Aangenaam en aantrekkelijk, zowel voor persoonlijk gebruik als met het oog op de doorverkoop. 


Gemakkelijk door te verkopen / te ruilen. Dit heeft vooral te maken met vraag en aanbod op de zwarte markt.

maandag 11 augustus 2014

Senioren : zo lang mogelijk rijden, maar wel veilig

Veel senioren willen autonoom blijven en zo lang mogelijk blijven rijden om zich te verplaatsen zoals ze dat zelf willen. Maar met de jaren verminderen de fysieke capaciteiten merkbaar, men voelt zich minder op zijn gemak en de waakzaamheid vereist om bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen.

Wat doen om lang veilig te rijden ?
  • Regelmatig rijden en afwisselende trajecten afleggen om gewoon te blijven aan het rijden en het verkeer.
  • De verplaatsingen aanpassen (uren en trajecten) om druk verkeer, stresserende situaties of ingewikkelde infrastructuren te vermijden.
  • Altijd zeer waakzaam zijn, de vermoeidheid, de stress of het monotone van een vaak afgelegd traject kunnen risico’s inhouden.
  • Regelmatig het advies van een dokter vragen, vooral wat het zicht betreft en altijd in geval van geneesmiddelen.
  • Een voertuig verkiezen dat beschikt over aangepaste uitrustingen : automatische versnellings-bak, enz.
  • Zich op de hoogte houden van de elementaire verkeersregels en de aanpassingen

zondag 10 augustus 2014

Rijstrookvermindering : rits veilig !


Je ziet het maar al te vaak : alle auto’s die al honderden meters voor een wegversmalling of rijstrookvermindering braaf staan aan te schuiven terwijl de rijstrook die gaat wegvallen helemaal leeg is. Gevolg, nog langere files. Nochtans geraak je er door beurtelings in te voegen eens zo snel door. Het toverwoord is dus ritsen !

Hoe rits je vlot en veilig ?

Als borden aankondigen dat je rijstrook gaat wegvallen :
  • blijf op je rijstrook rijden en benut de wegcapaciteit maximaal ; 
  • de auto’s op de blijvende rijstrook maken ruimte om je te laten invoegen ; 
  • haal zelf niet meer in en rijd gelijk op met de auto naast je die op de blijvende rijstrook rijdt ; 
  • houd beiden voldoende afstand tot de auto’s voor jullie ;
  • rijd zo allebei door tot aan de eigenlijke rijstrookvermindering en voeg pas daar in ; 
  • treuzel niet en sluit aan bij de auto voor je zodra je ingevoegd bent.
En nog dit !

Begin nu al maar te oefenen want volgend jaar zal ritsen verplicht worden !

zaterdag 9 augustus 2014

Praktisch motorrijexamen op openbare weg ingekort

Op 1 mei 2013 treden de nieuwe regels voor het motorrijbewijs in werking.
 
De federale regering voert op de valreep nog een aantal wijzigingen door. Zo wordt het praktische rijexamen op de openbare weg ingekort tot (minimaal) een half uur. Normaal gezien zouden kandidaten voor een rijbewijs AM, A1, A2 en A vanaf 1 mei minstens 40 minuten worden getest. Daar komt de regering nu dus op terug. Wie vóór 30 april nog een examen aflegt voor categorieën A3, A, B+E, moet minstens 25 minuten de openbare weg op. 
Aan de duur van de praktische proef op het oefenterrein wijzigt niets. Kandidaten voor een rijbewijs AM, A1, A2 en A zullen zich daar vanaf mei nog steeds (maximum) een kwartier lang moeten bewijzen. Ze krijgen hoogstens 3 minuten per manoeuvre.
Ook aan de afwijking op de minimumleeftijd om met een zware moto de openbare weg op te mogen, wordt nog geprutst. In principe moet je vanaf 1 mei 2013 24 jaar zijn voor een rijbewijs van categorie A. Behalve als de kandidaat al minstens 2 jaar een rijbewijs heeft voor categorie A2. In dat geval is 22 jaar de minimumleeftijd.
Maar de minimumleeftijd bedraagt in bepaalde gevallen ook 20 jaar. Enerzijds voor wie een Europees rijbewijs geldig voor categorie A behaalde in een andere EU-lidstaat, en anderzijds voor
wie een rijbewijs heeft voor het besturen van motorfietsen met een vermogen van ≤25kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ≤ 0,16kW, afgegeven vóór 1 mei 2011. Die afwijking geldt tot 1 mei 2014;
wie een rijbewijs heeft voor het besturen van motorfietsen van ≤25kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ≤ 0,16kW, afgegeven na 30 april 2011 en vóór 1 mei 2013 en dat al minstens 2 jaar bezit. Van deze afwijking kan alleen gebruik worden gemaakt gedurende 3 jaar vanaf de datum van afgifte van het rijbewijs A voor motorfietsen van ≤25kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ≤ 0,16kW.
De federale regering voegt hier nu aan toe dat deze personen gedurende de tijd dat de afwijking geldt, zijn vrijgesteld van het theoretische en praktisch examen voor categorie A. De wijziging treedt op 1 mei 2013 in werking.
De nieuwe bepaling m.b.t. duur van de praktische proef op de openbare weg treedt al op 30 april 2013 in werking.

Boorddocumenten

De term boorddocumenten verzamelt een aantal officiële documenten zoals het inschrijvingsbewijs (of kentekenbewijs), verzekeringsbewijs, keuringsattest en gelijkvormigheidsattest. De boorddocumenten van het voertuig dat je bestuurt, moeten steeds aanwezig zijn in het voertuig. Veel bestuurders houden enkel de kopieën van hun boorddocumenten bij. Ze willen zo voorkomen dat de originele documenten zouden gestolen worden. Dit is echter niet reglementair. Kopieën van akten kunnen nooit rechtsgeldig zijn en verhinderen een degelijke controle door de bevoegde instanties. Daarom moet je dus steeds de originele boorddocumenten in jouw voertuig bijhebben.

Dit geldt trouwens ook voor je identiteitskaart en rijbewijs.

Uitzondering: Verhuurbedrijven die officieel voertuigen verhuren, kunnen van de Dienst Inschrijvingen Voertuigen te Brussel een bijzonder afschrift, dat het originele inschrijvingsbewijs vervangt, bekomen. Deze uitzonderingsregel geldt enkel voor het inschrijvingsbewijs.


1. Rijbewijs.

Artikel 21 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer: « Niemand mag op de openbare weg een motorvoertuig besturen, tenzij hij houder is van, en tevens bij zich heeft, een rijbewijs …

2. Verzekeringscertificaat

Artikel 23 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering betreffende motorvoertuigen. De groene verzekeringskaart MOET aan boord van het voertuig aanwezig zijn.

3. Keuringsbewijs
Artikel 24 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

Geen enkel volgens dit besluit aan de autokeuring onderworpen voertuig mag zich op de openbare weg bevinden, tenzij het voorzien is van een geldig keuringsbewijs, het overeenkomstig keuringsvignet . Dit bewijs werd aan de aanvrager toegestaan voor zover dat het voertuig voldoet aan de wettelijke technische reglementering vastgelegd door Bestuur van het Wegverkeer en Infrastructuur.

4. Gelijkvormigheidsattest

Het gaat om een document dat door het koninklijk besluit van 15 maart 1968 verplicht is en uitgegeven werd door de merkinvoerder dat bewijst dat het voertuig in overeenstemming met het technische reglement op het Belgisch grondgebied. Het gelijkvormigheidsattest draagt een enig goedkeuringsnummer: het nummer van P.V.G. (proces-verbaal van goedkeuring) uitgegeven door het Ministerie van Verkeerswezen en door de constructeur voor iedere type voertuig afgegeven.

5. Kentekenbewijs.

Ministerieel besluit van 23 juli 2001. Het kentekenbewijs is een officieel document uitgegeven door het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur via de D.I.V. Sinds 1 september 2013 is het nieuwe kentekenbewijs (CIM) uit twee delen samengesteld. Ieder deel wordt uitzonderlijk bewaard: één deel « voertuig » en één deel « huis ». In geval van verlies/diefstal van een enkel luik van de CIM, moet men bij de politie aangifte doen. Deze zal het volledige document seinen: de twee delen van het kentekenbewijs die hetzelfde veiligheidsnummer dragen. Zodoende is het tweede gedeelte ook geseind door de aangifte.

De persoon zal nadien een aanvraag van duplicaat bij de DIV moeten indienen en het « resterende »
stuk bij de aangifte aan de politie bijvoegen.

6. Algemeen

Tijdens een verkeerscontrole moet betrokkene noodzakelijkerwijs de originele documenten voorleggen. Enkel deze gelden als bewijs dat het voertuig in orde is, wat NOOIT het geval is met een kopie.

Bij gebrek kan een proces-verbaal opgesteld worden en het voertuig kan, zo nodig, geïmmobiliseerd worden om de originele documenten aan de politiedienst die de controle uitvoert te vertonen.

vrijdag 8 augustus 2014

Hoe voorkom je een garagediefstal?

We spreken van een garagediefstal als de daders er van door gaan met een auto die in een garage of carport gestald stond. Daartoe stelen ze de sleutels van de wagen, zonder direct contact met de slachtoffers. Een garagediefstal is dus geen home jacking. Daarbij worden de slachtoffers in hun woning rechtstreeks bedreigd of mishandeld om hen te dwingen de autosleutels af te geven. Daarna gaan de dieven er met de wagen van door.

Tips om garagediefstal te voorkomen


  • Zet de wagen altijd binnen, laat hem niet op straat staan waar iedereen hem kan zien.
  • Sluit de wagen altijd af en haal je de boorddocumenten er uit, ook als hij in de garage staat.
  • Sluit de garage af. Denk daarbij aan alle toegangsdeuren.
  • Bewaar kopies van de boorddocumenten op een veilige plaats.
  • Hang autosleutels en huissleutel nooit aan hetzelfde sleutelbos.
  • Breng de politie op de hoogte van elke verdachte situatie in uw buurt. Ook een poging tot inbraak meld je best zo snel mogelijk.

Wat is de juiste stuurhouding ?

Als u al enkele jaren met de auto rijdt, schenkt u wellicht geen aandacht meer aan de positie van uw handen op het stuur. Het gaat nochtans om een sleutelfactor als men een ongeval wil vermijden. Een slechte stuurhouding kan de bestuurder immers beletten om zijn voertuig de juiste richting te geven in geval van een scherpe bocht, wanneer hij een onverwachte hindernis moet ontwijken of als hij zijn wagen bij het slippen op een gladde weg moet bijsturen.

De aanbevelingen : • Houd het stuur steeds met twee handen vast in de houding "kwart voor drie”.

Met andere woorden, zoals voor de wijzers van een uurwerk, de linkerhand bevindt zich op 9 uur en de rechterhand op 3 uur. Deze positie laat u immers toe om met meer precisie en kracht het stuur te beroeren.

• Om te draaien, draait u het stuur in de nieuwe positie. Om bv. naar links te draaien, neemt de hand aan de binnenkant van de bocht (de linkerhand) het stuur bovenaan vast en draait het in één keer naar beneden, terwijl de rechterhand op zijn plaats blijft, maar het stuur gecontroleerd laat glijden om het vervolgens terug vast te nemen wanneer het draaien gedaan is.

In de bocht bevinden de beide handen zich weer op hun beginpositie.

Om de bocht te verlaten, gaat de hand aan de buitenkant van de bocht naar de top van het stuur en zet het vervolgens weer recht.

Afhankelijk van de curve van de bocht zult u meerdere keren achtereenvolgens de bovenkant van het stuur moeten vastnemen en naar beneden laten komen.

De handen bevinden zich op het stuur, de duimen naar boven gericht, nooit naar de binnenkant.

Andere tips : 

Begeleid het stuur altijd in zijn beweging, laat het nooit alleen terugkomen naar zijn beginpositie.

Vermijd om met één hand te sturen, om bij het draaien de binnenkant van het stuur vast te pakken met de palm van de hand naar boven gedraaid en vermijd verder elke andere gevaarlijke grip van het stuur, u loopt het risico om uw wagen in een bocht of bij een uitwijkmanoeuvre niet meer terug recht te krijgen.

Zit niet krampachtig achter het stuur: blijf ontspannen, waak er over dat u het stuur niet vastklemt en ontspan de hals en de ellebogen.

donderdag 7 augustus 2014

Wanneer wordt een mes een wapen ?

Sommige messen zijn als blank wapen ontworpen, andere gewoon als werktuig of voor huishoudelijk gebruik. De wapenwet definieert “blank wapen” als volgt : elk wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snedes hebben.

Verboden messen

De wapenwet van 8 juni 2006 heeft bepaalde blanke wapens in de categorie van de verboden wapens geklasseerd. Met deze messen is alles verboden: bezit thuis, voorhanden hebben, dracht, fabricatie, herstellen, tentoonstellen voor verkoop, verkoop, weggeven, vervoer, opslaan of er reclame voor maken.

De verboden messen zijn:

- springmessen met automatische blokkering ;
- messen die door de zwaartekracht uit het heft komen en automatisch blokkeren ;
- vlindermessen, waarvan het mes vrijkomt door het handvat in twee delen open te plooien ;
- messen die ontworpen zijn om met precisie te gooien ;
- werpsterren in metaal, met scherpe punten ;
- blanke wapens die uiterlijk op een ander voorwerp gelijken ;
- wandelstokken die een degen bevatten, als ze geen historische sierwapens zijn.


Vrij verkrijgbare blanke wapens 

Dit zijn ondermeer : zwaarden, sabels, dolken, dolkmessen, degens, bajonetten, jachtmessen en aanvalsbijlen. Ze beantwoorden aan de definitie van blank wapen en behoren tot de categorie van de vrij verkrijgbare wapens. Het bezit ervan thuis is vrij, alsook de verkoop en het louter vervoer.

De huis- en tuinmessen (ondermeer : zakmessen, vouwmessen al dan niet blokkerend, Opinels, keukenmessen, cutters, werkgerief, enzovoort) die als werktuig ontworpen zijn en niet als wapen, zijn niet verboden.

Maar opgelet ! De dracht van een vrij verkrijgbaar blank wapen, namelijk het onmiddellijk voorhanden hebben in het openbaar, is onderworpen aan een wettige reden. De wettige redenen zijn niet wettelijk vastgelegd, waardoor het gezond verstand voor elk geval afzonderlijk de gevaarsgraad voor de openbare veiligheid bepaalt. Zo kan, bijvoorbeeld, een jager een jachtmes dragen tijdens de jacht. Een visser kan een dolkmes dragen wanneer hij met netten aan het werk is. Een dolkmes behoort tot de uitrusting van een diepzeeduiker, enz.

Volgens artikel 135 van het Strafwetboek wordt onder het woord “wapens” begrepen : alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men ter hand heeft genomen om te doden, te verwonden of te slaan, zelfs indien men er geen gebruik van gemaakt heeft.

Elk mes wordt een verboden wapen van zodra het door concrete omstandigheden duidelijk is dat de bezitter, houder of vervoerder ervan, de intentie heeft om er personen mee te bedreigen of te verwonden.

woensdag 6 augustus 2014

Meldingsformulier verwaarloosde en mishandelde dieren

Merkt u dat er dieren verwaarloosd of mishandeld worden of dat een dier in nood is? Dan kan u dat melden aan de Vlaamse overheid, die sinds 1 juli 2014 bevoegd is voor dierenwelzijn in Vlaanderen.

Ook problemen met verkoop van dieren kan u melden.

U kan problemen in verband met dierenwelzijn melden via het online meldingsformulier op de site van de Vlaamse overheid.

Ken je BELGOPOCKET al ?

Op de website www.belgopocket.be geven de federale overheidsdiensten duidelijke, beknopte en concrete antwoorden op tal van vragen.

De teksten lichten soms vrij ingewikkelde regelgeving toe.

De informatie is bedoeld om je te helpen, het is geen wettelijke basis om je rechten te doen gelden. Daartoe dien je de wetteksten en de reglementen te raadplegen.

dinsdag 5 augustus 2014

Mag ik je nummer?

nummerplaatDe nummerplaat van je auto of motor moet ten allen tijde goed zichtbaar en leesbaar zijn. Als je nummerplaat niet goed leesbaar is, riskeer je een boete van 110 euro. In extreme gevallen kan je rijbewijs er zelfs voor worden ingetrokken.

De nummerplaat mag nooit aan het zicht onttrokken zijn door bijvoorbeeld een lading of een fietsendrager. Je zorgt dan best voor een bijkomende nummerplaat op die drager.

Dit is wat de wet voorschrijft:
  • De lading van een auto mag nooit de lichten, de reflectoren en de nummerplaat aan het oog onttrekken.
  • Enkel de originele gaten in de nummerplaat mogen worden gebruikt om deze te bevestigen, het boren van bijkomende gaten is streng verboden.
  • De nummerplaten moeten zichtbaar en leesbaar zijn. Het is daarom verboden in de buurt ervan andere letters, cijfers of andere tekens te bevestigen die verwarring kunnen scheppen en de leesbaarheid kunnen verminderen.
  • Het is uiteraard verboden wijzigingen aan te brengen aan nummerplaten, met name door ze te bedekken met om het even welk materiaal, ook al is dat doorzichtig!

Inbraakrisico en de invloed van omgevingskenmerken

Wie het slachtoffer wordt van een woninginbraak, ondervindt hier vaak grote gevolgen van: er is niet alleen het geleden verlies, maar ook de te herstellen schade en de emotionele impact.

Bij het inschatten van het inbraakrisico zijn verschillende niveaus van belang. Inbrekers gaan immers doorgaans eerst op zoek naar een geschikte buurt, vervolgens naar een interessante straat en pas dan naar een individueel huis. Elk van deze geledingen heeft specifieke kenmerken die relevant zijn voor het inbraakrisico.

De buurt

Niet elke buurt krijgt even veel af te rekenen met inbraak. De meest kwetsbare buurten zijn deze die gemakkelijk toegankelijk zijn en met een hoge welvaart. Ook buurten die dicht bij een stadscentrum liggen en die verschillende functies hebben (een combinatie van woon- en werkbuurten), lopen een hoger inbraakrisico. Het gaat hierbij met andere woorden om buurten waar veel mensen passeren.

Enerzijds merken inbrekers op welke doelwitten interessant zijn, bijvoorbeeld wanneer zij op weg zijn naar het werk of boodschappen doen. Anderzijds lijkt het niet snel verdacht wanneer niet-bewoners in deze buurten rondlopen. Inbrekers vallen dus nauwelijks op wanneer zij een dergelijke buurt verkennen.
Daartegenover staat dat er minder wordt ingebroken in buurten met een buurtinformatie-netwerk en in buurten die dicht bij een politiekantoor liggen.

De straat

Ook op het niveau van de straat zijn verschillende kenmerken belangrijk. In het bijzonder zijn die straten kwetsbaar waar er veel verkeer komt of die veel verbindingen hebben met andere straten. Hieraan gerelateerd is het inbraakrisico in doodlopende straten lager. Ook goed verlichte straten zijn minder interessant voor inbrekers: de zichtbaarheid en herkenbaarheid van inbrekers is er immers groter.

De woning

Onderzoek heeft een hele reeks kenmerken van huizen blootgelegd die voor inbrekers relevant zijn. Een eerste groep heeft te maken met tekenen van aanwezigheid. Een wagen op de oprit (zeker als er geen garage is), brandende verlichting in en rond het huis, speelgoed in de tuin enz. leiden tot een lagere kwetsbaarheid voor een inbraak. Een uitpuilende brievenbus duidt dan weer op (langdurige) afwezigheid en verhoogt daarom het inbraakrisico.

Een tweede groep kenmerken is gelinkt aan de toezichtmogelijkheden. Hoge heggen geven veel privacy en verlagen de zichtbaarheid, maar inbrekers kunnen eveneens van deze beschutting gebruikmaken. Ook woningen die aan een bos, speeltuin of park grenzen, zijn kwetsbaar omdat inbrekers zich kunnen verbergen wanneer zij een dergelijke woning observeren. Woningen die dicht tegen de straat of bij andere huizen liggen of die vanuit andere huizen goed zichtbaar zijn, lopen dan weer minder risico op een woninginbraak.

Een derde groep kenmerken heeft betrekking op de toegankelijkheid van de woning. Het risico is groter wanneer inbrekers via de zij- of achterkant de woning kunnen betreden, onder meer omdat dit hen aan het zicht onttrekt. De aanwezigheid van een hond, een alarm en degelijke sloten verlagen dan weer de inbraakgevoeligheid van een woning.

De combinatie van buurt-, straat- en woningkenmerken toont aan dat kwetsbaarheid voor woninginbraak een complex gegeven kan zijn.

maandag 4 augustus 2014

Zijn uw achteruitkijkspiegels juist ingesteld?


Voordat u vertrekt, hebt u er alle belang bij dat uw achteruitkijkspiegels juist staan afgesteld. Hoewel het onmogelijk is om de dode hoeken volledig te vermijden, kunt u ze toch sterk verminderen als uw drie achteruitkijkspiegels correct zijn ingesteld. Enkele zeer nuttige tips in samenwerking met het BIVV.

Hoe uw achteruitkijkspiegels doeltreffend afstellen:

• Neem, voordat u ze instelt, uw gewoonlijke stuurhouding aan.

• De binnenspiegel moet een volledig zicht geven op de achterruit door de linkerkant van de achteruitkijkspiegel te laten samenvallen met de linkerkant van de achterruit.

• De afstelling van de buitenspiegels moet u, op het binnenste deel van deze spiegels, toelaten om de flank (het slot van het achterportier) van de auto te zien. Achteraan de auto moet de grond zichtbaar zijn. Het is echter aangeraden dat u de linkerbuitenspiegel toch een beetje naar buiten draait zodanig dat u net de linkerflank van uw wagen niet meer kunt zien.

Andere tips:

• Houd zeer regelmatig in uw binnen- en buitenachteruitkijkspiegels het verkeer in het oog; laat u niet verrassen door een auto of motorfiets die met grote snelheid nadert.

• Als u wilt inhalen, vergewis er u dan van dat de rijstrook vrij is, door in uw achteruitkijkspiegels te kijken. Kijk vervolgens even achterom over uw linkerschouder in de dode hoek.

• Wanneer u een voertuig ingehaald hebt, werp dan een blik naar rechts door de zijruiten en kijk ook in de rechterachteruitkijkspiegel voordat u zich terug naar rechts begeeft.

• Belemmer het zicht achteraan en opzij van het voertuig niet door spullen of bagage op de hoedenplank te leggen die u beletten om goed te zien.

Wat te doen bij het verkrijgen van een vuurwapen door erfenis?

Wanneer u - bij het overlijden van uw wettelijke echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner of als wettige erfgenaam (vanaf het ogenblik kennisgeving aan erfgenaam) - in het bezit komt van een legaal vuurwapen van de overleden persoon, rijzen er vaak heel wat vragen over de nieuwe bestemming van dit wapen.


We zetten graag voor u de wettelijke mogelijkheden op een rijtje.

U wenst het vuurwapen te behouden

De erfgenaam die bewijst dat hij een wapen in zijn vermogen heeft ontvangen, dat wettig voorhanden werd gehouden door de overledene, kan, binnen twee maanden nadat hij het wapen in bezit heeft gekregen, een wapenvergunning met uitsluiting van munitie (model 4) aanvragen bij de Dienst wapenvergunningen provincie Oost-Vlaanderen, Kalandeberg 1 te 9000 GENT.

Een tweede mogelijkheid is het wapen – binnen twee maanden - onklaar te laten maken bij de 
Proefbank van Luik, Rue Fond-des-Tawes 45 te 4000 LUIK.

U wenst het vuurwapen van de hand te doen

In dit geval dient u – binnen de drie maanden – gebruik te maken van één van de volgende mogelijkheden:


- verkoop aan een erkend wapenhandelaar via model 9;
- verkoop aan een erkend wapenverzamelaar via model 9;
- verkoop aan een bezitter van een jachtverlof via model 9 (indien jachtwapen);
- verkoop aan een bezitter van een sportschutterslicentie via model 9 (indien sportwapen);
- vrijwillige en uitdrukkelijke afstand doen bij uw lokale politie met het oog op vernietiging.


Opgelet: bij het niet naleven van de termijnen wordt het vuurwapen illegaal !


Meer info?
  • Politiezone Zottegem/Herzele/Sint-Lievens-Houtem
    Wapendienst - Inspecteur Veerle Van De Vijver
    Meengracht 1 te 9620 Zottegem
    tel. 09 364 47 30
    veerle.van.de.vijver@pz5429.be

vrijdag 1 augustus 2014

Werken of een verhuis met inname van het openbaar domein


Werkzaamheden op openbaar domein kunnen leiden tot onveilige verkeerssituaties; een goede voorbereiding is daarom zeer belangrijk. Bovendien bent u verplicht om duidelijke verkeers- signalisatie te plaatsen en heeft u hiervoor een toelating nodig van de stad/gemeente.  

De volledige wetgeving over werken op openbaar domein kunt u nalezen in het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999: www.wegcode.be/wetteksten/secties/mb/mb-070599-werken

Voorbeelden van kleine werken zonder grote verkeershinder
·         een verhuis met of zonder ladderlift
·         de plaatsing van stortcontainers (uitgezonderd bureelcontainers)
·         de plaatsing of afbraak van een stelling
·         het gebruik van hoogtewerkers
·         het laden en lossen van vrachtwagens en bestelbussen

Voorbeelden van grote werken
·         bouwwerven (afbraak of optrekken van woningen en gebouwen; plaatsing van silo’s, werfketen, kranen, opslag bouwmateriaal …)
·         de heraanleg van straten en pleinen
·         herstellingen aan voetpaden, fietspaden, rijbaan of bermen
·         werken waarvoor het openbaar domein moet worden opengebroken (rioleringswerken, kabelwerken …)
·         de plaatsing of afbraak van mobiele en vaste bouwkranen
·         de plaatsing van bureelcontainers
·         mobiele werven
·         grote infrastructuurwerken
Nuttige tips voor u een aanvraag indient :
1. Informeer u voor grote werken ruim op tijd bij de lokale politie Zottegem - verkeerstechnische cel of op de gemeente waar U deze zaken wenst te doen. Zo vermijdt u vertragingen op het moment dat u uw aanvraag indient. Wij raden u aan om een afspraak te maken met deze dienst wanneer u geen of weinig kennis hebt over de te nemen signalisatie- en veiligheidsmaatregelen of wanneer de werken zware verkeershinder en/of wegonderbrekingen inhouden.
2. Bij een tijdige en volledige aanvraag, volgt een vlotte aflevering van de vergunning.

De lokale politie verwacht dat u de toelatingsvoorwaarden -welke zijn opgenomen in de vergunning- stipt naleeft. Bij het niet- naleven kan uw toelating worden aangepast of ingetrokken of beslist worden om de werken stil te leggen of het openbaar domein te ontruimen. De kosten kunnen dan verhaald worden op de overtreder.

Verder verloop van Uw aanvraag

Eens U Uw aanvraag hebt ingediend bij de gemeente zal door deze diensten een vergunning worden opgemaakt, dit meestal nadat zij advies hebben gevraagd aan de politiediensten. Het is dus van het grootste belang dat U de aanvraagtermijnen in acht neemt:
*aanvraag kleine werken zonder grote verkeershinder ten laatste 10 werkdagen vóór uitvoering
*aanvraag grote (wegenis) werken ten laatste 14 werkdagen vóór uitvoering 

Op deze vergunning zal dan de signalisatie vermeld staan die nodig is en waarvoor U zelf zal moeten instaan (huren …). Dit laatste vergt enige voorbereiding; vandaar nogmaals het belang om de aanvraagtermijnen te respecteren.
Contactgegevens voor de aanvragen

ZOTTEGEM

Sonja Uytterhaegen (grote werken)administratief medewerker
dienst Secretariaat
Stad Zottegem
Telefoon: 09 364 64 53
Fax: 09 364 64 79
e-mail: sonja.uytterhaegen@zottegem.be

Dirk Piro (kleine werken)

Dienst openbare werken
Stad  Zottegem
Telefoon: 09/364.65.28

HERZELE

Dirk Van Waeyenberghe (grote en kleine werken)

Gemeentebestuur Herzele
Dienst openbare werken - mobiliteit - brandweer
Telefoon 053 / 60 70 70 post 903


SINT LIEVENS HOUTEM

Jean Paul Tavernier (grote en kleine werken)
Technische dienst
Sint-Lievens-Houtem
Telefoon. 053 60 72 27